Dominique Meeùs
Dernière modification le  
retour à la page principale du dossier

Verkiezing van de Brusselse leden van het Vlaams Parlement

Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen

Art. 24. § 1. Het Vlaams Parlement bestaat uit :
1o 118 rechtstreeks gekozen leden;
2o 6 leden die hun woonplaats op het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest hebben en in die hoedanigheid rechtstreeks verkozen zijn in overeenstemming met artikel 30, § 1, eerste lid.

Art. 30. § 1. De artikelen 13 tot 19 en 21 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen zijn, mits de nodige aanpassingen, van toepassing bij de verkiezing van de leden van het Vlaams Parlement bedoeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 2°, van deze wet. Bij de toepassing van die artikelen dient er “Vlaams Parlement” in plaats van “Parlement” te worden gelezen.

Ik geef verder deze artikelen 13 à 19 en 21 aan.

Wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en de Brusselse leden van het Vlaams Parlement verkozen worden

Wie in Brussel mag voor het Vlaams Parlement stemmen? Zie hier art. 16, § 1bis. Zelfde bepaling in tweede lid van art. 14 van de bijzondere wet van 12 januari 1989, verder.

Art. 14. § 2. [Stembiljet…]

[Vijfde lid] De lijsten worden op het stembiljet gerangschikt per taalstelsel en in de volgorde van de nummers. De lijsten van een taalstelsel worden in omgekeerde volgorde als die van het andere taalstelsel vermeld.

Bovendien staan, onder de lijsten van het Nederlandse taalstelsel, de lijsten voor de rechtstreekse verkiezing van de Brusselse leden van het Vlaams Parlement.

[…]

Art. 16. § 1. [Geldig stemmen: stemvak bovenaan, titularissen, opvolgers…]

§ 1bis. De kiezer die geen stem uitgebracht heeft voor een lijst van kandidaten die behoren tot de Franse taalgroep, kan een stem uitbrengen voor een lijst die voorgedragen worden voor de rechtstreekse verkiezing van de Brusselse leden van het Vlaams Parlement, volgens dezelfde regels als bepaald in § 1.

Bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen

De artikels hieronder zijn dus te lezen in het licht van artikel 30 hierboven van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. Ik heb dus [Vlaams] geprobeerd in te voegen waar noodzakelijk. De bepaling ‘dient er “Vlaams Parlement” in plaats van “Parlement” te worden gelezen’ is soms duidelijk tegenstrijdig met het context (daarvoor ook ‘mits de nodige aanpassingen’). Il heb dus ook soms [Brussels] ingevoegd. Het probleem is dan dat er juridische onzekerheid kan ontstaan.

Art. 13. Kiezers voor het [Vlaams] Parlement zijn de Belgen die de volle leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, in de bevolkingsregisters van een gemeente van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest zijn ingeschreven en niet verkeren in een der gevallen van uitsluiting of van schorsing bedoeld in de artikelen 6 tot 9bis van het Kieswetboek.

De kiesgerechtigheidsvoorwaarden bedoeld in het vorenstaande lid betreffende de nationaliteit en de inschrijving in de bevolkingsregisters moeten vervuld zijn op de dag van het opstellen van de kiezerslijst; de andere voorwaarden moeten vervuld zijn op de dag van de verkiezing.

Hier toch [Brussels] omdat de tweede lid beperkend opgesteld is.

Art. 14. De leden van het [Brussels] Parlement worden rechtstreeks verkozen door een kiescollege dat samengesteld is uit alle kiezers van de gemeenten die deel uitmaken van het grondgebied bedoeld bij artikel 2, § 1, van deze wet.

Alleen de kiezers die hun stem niet uitbrengen op een lijst van kandidaten die overeenkomstig artikel 17 tot de Franse taalgroep behoren, kunnen eveneens de Brusselse leden van het Vlaams Parlement bedoeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 2°, van de bijzondere wet [van 8 augustus 1980] verkiezen.

Art. 15. In geval van een vacature waarin niet kan voorzien worden door het aanstellen van een opvolger, vergadert het kiescollege binnen veertig dagen na de vacature. De datum van de verkiezing wordt bepaald door een besluit van de Executieve.

Indien echter een vacature ontstaat binnen drie maanden vóór de vernieuwing van het [Vlaams] Parlement, mag het kiescollege niet worden opgeroepen dan op beslissing van het [Vlaams] Parlement.

Het tweede lid geldt eveneens wanneer de vacature veroorzaakt is, hetzij door het ontslag van een titularis en door de afstand van opvolgers, hetzij door het ontslag van een titularis of door de afstand van opvolgers. In die onderscheiden gevallen heeft de eventuele vergadering van het kiescollege plaats binnen veertig dagen na de beslissing.

Art. 16. Er wordt een gewestbureau samengesteld. Het houdt zitting in de stad Brussel. Het gewestbureau wordt voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.

Het gewestbureau bestaat, buiten de voorzitter, uit twee Nederlandstalige en twee Franstalige bijzitters, twee Nederlandstalige en twee Franstalige plaatsvervangende bijzitters en een niet-stemgerechtigde secretaris, allen door de voorzitter aangewezen uit de kiezers van de gemeente waar het bureau zitting houdt. Kandidaten mogen geen deel uitmaken van het bureau.

Art. 16bis. § 1. Bij het voordragen van de kandidaten voor de mandaten van lid van het [Vlaams] Parlement, moeten tegelijkertijd en met inachtneming van dezelfde vormen kandidaat-opvolgers worden voorgedragen. Zij moeten, op straffe van nietigheid, voorgedragen worden in dezelfde akte als de kandidaat-titularissen en de samen voorgedragen kandidaten van beide categorieën moeten daarin afzonderlijk worden gerangschikt met nauwkeurige aanduiding van elke categorie.

Het aantal kandidaten voorgedragen voor de opvolging moet gelijk zijn aan het aantal kandidaat-titularissen. Wanneer het aantal kandidaten voorgedragen voor de effectieve mandaten groter is dan zestien, wordt het aantal kandidaat-opvolgers evenwel verplicht vastgesteld op zestien. Wanneer het aantal kandidaten voorgedragen voor de effectieve mandaten kleiner is dan vier, wordt het aantal kandidaat-opvolgers verplicht vastgesteld op vier.

De voordracht van de kandidaat-titularissen en -opvolgers geeft de volgorde aan waarin deze kandidaten in elk van beide categorieën worden voorgedragen.

Geen enkele lijst mag een aantal kandidaat-titularissen bevatten dat groter is dan het aantal te verkiezen leden.

Alleenstaande kandidaturen voor de effectieve mandaten worden geacht ieder een afzonderlijke lijst te vormen.

Op elk van de lijsten mag noch het verschil tussen het aantal kandidaat-titularissen van elk geslacht, noch het verschil tussen het aantal kandidaat-opvolgers van elk geslacht, groter zijn dan één.

Noch de eerste twee kandidaat-titularissen, noch de eerste twee kandidaat-opvolgers van elk van de lijsten mogen van hetzelfde geslacht zijn.)

De voordracht van de kandidaten, titularissen en opvolgers, wijst de volgorde aan waarin deze kandidaten in elk van de twee categorieën worden voorgedragen.

De verkiezing van het Brussels Parlement en de verkiezing van de Brusselse leden van het Vlaams Parlement zijn naar mijn mening twee verschillende verkiezingen.

Een kiezer mag niet meer dan één voordracht voor dezelfde verkiezing ondertekenen. De kiezer die dit verbod overtreedt, is strafbaar met de straffen bepaald bij artikel 202 van het Kieswetboek.

§ 2. Binnen zeven dagen die volgen op de definitieve vaststelling van de lijsten, kunnen twee of meer lijsten van kandidaten van eenzelfde taalgroep een wederzijdse verklaring van lijstenverbinding doen met het oog op de toepassing van artikel 20. Een lijst waarvoor geen verklaring van lijstenverbinding wordt afgelegd, wordt geacht een groep te vormen met het oog op de toepassing van artikel 20.

Dus ook bij het gewestbureau van art. 16. Hier duidelijk [Brussels] omdat gelijkenderwijs opgesteld.

Art. 16ter. De voordracht van de kandidaten voor de verkiezing tot lid van het Vlaams Parlement bedoeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 2°, van de bijzondere wet gebeurt tegelijk en volgens dezelfde regels als de voordracht van de kandidaten voor het mandaat van lid van het [Brussels] Parlement.

Art. 17. § 1. Elke kandidaat voor het [Vlaams] Parlement moet, in zijn verklaring van bewilliging, de taalgroep vermelden waartoe hij behoort. Hij blijft tot deze taalgroep behoren bij elke volgende verkiezing.

[§ 2. De kandidaten van de Nederlandse taalgroep en de kandidaten van de Franse taalgroep worden op afzonderlijke lijsten voorgedragen.]

§ 3. De voordracht van de kandidaten moet getekend zijn :

Hier zou [Vlaams] geen zin hebben omdat volgens artikel 14 lid 2 van deze bijzondere wet (of artikel 16, § 1bis van de gewone wet van 12 januari 1989) zijn de kiezers voor de Brusselse leden van het Vlaams Parlement alleen gedefinieerd door hun stembedrag en dus niet bekend bij het tekenen van een voordrachtakte, echter nooit persoonlijk bekend.

1° hetzij door ten minste vijfhonderd kiezers voor het [Brussels] Parlement die tot dezelfde taalgroep behoren als de voorgedragen kandidaten;

FOD Binnenlandse Zaken is van mening dat de laatste zinsdeel (“taalgroep”) het onmogelijk maakt hier onder b) [Vlaams]Parlement te lezen.

2° hetzij :

a) voor de eerste verkiezing van het [Vlaams]Parlement, door ten minste twee leden van de Wetgevende Kamers die, in die Kamers, tot dezelfde taalgroep behoren als de voorgedragen kandidaten;

b) voor de volgende verkiezingen, door ten minste een aftredend lid van het [Brussels] Parlement dat tot de taalgroep van de voorgedragen kandidaten behoort.

De verkiezing van het Brussels Parlement en de verkiezing van de Brusselse leden van het Vlaams Parlement zijn naar mijn mening twee verschillende verkiezingen.

§ 4. Een kandidaat mag niet voorkomen op meer dan één lijst voor een zelfde verkiezing. De bewilligende kandidaat die het in het vorige lid gestelde verbod overtreedt, is strafbaar met de straffen bepaald bij artikel 202 van het Kieswetboek. Zijn naam wordt geschrapt van alle lijsten waarop hij voorkomt.

§ 5. Onverminderd het bepaalde in de tweede volzin van § 1, wordt de taalgroep van de kandidaten en van de kiezers die kandidaten voordragen, bepaald door de taal waarin hun identiteitskaart is opgemaakt of, wanneer zij in de twee talen is opgemaakt, door de taal van de specifieke vermeldingen op de identiteitskaart.

§ 6. De kandidaten mogen bij het gewestbureau een bezwaarschrift indienen tegen de taalaanhorigheid van een of meer kiezers die een andere kandidaat van dezelfde taalgroep voordragen.

§ 7. De kiezers die kandidaten voordragen, moeten zijn ingeschreven in het bevolkingsregister van een gemeente die deel uitmaakt van het grondgebied bedoeld bij artikel 2, § 1, van deze wet ten minste sinds de negentigste dag die aan de vastgestelde datum van de verkiezing voorafgaat.

Art. 18. Onmiddellijk na het afsluiten van de kandidatenlijst maakt het gewestbureau het stembiljet op overeenkomstig het model en de voorschriften bepaald bij de wet.

De lijsten die met toepassing van artikel 16ter worden voorgedragen, staan in het deel van het stembiljet met de lijsten van de kandidaten voor het [Brussels] Parlement die tot de Nederlandse taalgroep behoren en meer bepaald erna.

Art. 19. Is er slechts één lid van het [Vlaams] Parlement te verkiezen, dan wordt de kandidaat die de meeste stemmen heeft verkregen, als gekozen verklaard.

Bij gelijk stemmenaantal is de oudste gekozen.

Art. 21. De stemming is verplicht en geheim. Zij heeft plaats in de gemeente.

Bijzonder decreet van 7 juli 2006 over de Vlaamse instellingen

Men vind hier eerst dezelfde bepaling als in art. 24, § 1, eerste lid van de bijzonderere wet van 8 augustus 1980.

Art. 4. Het Vlaams Parlement bestaat uit 118 rechtstreeks gekozen leden en zes leden die hun woonplaats op het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest hebben en in die hoedanigheid rechtstreeks verkozen zijn in overeenstemming met artikel 30, § 1, eerste lid, van de bijzondere wet [van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen].

De juist vermeld artikel 30, dat bovenaan deze pagina te vinden is, verwijst naar de Brusselse bijzondere wet en dus niet art. 8 hieronder is van toepassing voor de Brusselse leden van het Vlaams Parlement, maar wel art. 17, § 3 hierboven.

Drie artikelen van de bijzonder decreet gaan over de verkiezing van het parlement.

Art. 7. De verkiezingen voor het Vlaams Parlement worden gehouden per kieskring die uit één of meer administratieve arrondissementen bestaat, welke in kieskantons verdeeld zijn overeenkomstig de (*) P. 4 van de PDF.als bijlage bij dit bijzonder decreet gevoegde tabel (*), waarin tevens de hoofdplaatsen van de kieskringen zijn vastgesteld.

Art. 8. De voordracht van kandidaten voor de verkiezingen voor het Vlaams Parlement moet ondertekend worden:

1° hetzij:

a) door ten minste vijfhonderd kiezers voor kieskringen met meer dan 900.000 inwoners;

b) door ten minste vierhonderd kiezers voor kieskringen met 400.000 tot 900.000 inwoners;

c) door ten minste tweehonderd kiezers voor kieskringen met minder dan 400.000 inwoners;

2° hetzij door ten minste twee aftredende leden van het Vlaams Parlement.

Art. 9. Enkel de lijstenverbindingen waarvan het gecumuleerde verkiezingscijfer van alle kieskringen van de provincie waar zij voorgedragen zijn voor de stemmingen van de kiezers, minstens 5 % bedraagt van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen in de hele provincie, worden toegelaten tot de aanvullende verdeling en op voorwaarde dat het verkiezingscijfer dat zij per kieskring behaald hebben in minstens één kieskring van de provincie ten minste gelijk is aan zesenzestig ten honderd van de kiesdeler. Ook de alleenstaande lijsten die aan deze dubbele voorwaarde voldoen worden toegelaten tot de aanvullende verdeling.

Retour en haut de la page

Retour en haut de la page