Dominique Meeùs
Dernière modification le   
retour à la table des matièresà l’indexà la page élections

8.1. Propagande et dépenses autorisées ou non — Al dan niet toegestane propaganda en uitgaven

Région wallonne Région de Bruxelles-Capitale
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Vlaams Gewest
Provinces Communes Gemeenten en districten Provincies
Les articles 8, 9, 10, 12, 13, alinéa 2, première phrase, 13bis, et 14 à 33 de la loi du 7-7-1994, en ce qu’ils concernent le contrôle des dépenses électorales engagées pour les élections des conseils provinciaux, communaux et de districts, sont abrogés pour la Région wallonne (1-6-2006, en vigueur 9-6-2006). De wet van 7-7-1994 werd opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap voor zover het de verkiezing van de provincieraden, de gemeenteraden en de districtsraden betreft (10-2-2006, inwerkingtreding 10-3-2006).
Un candidat à la tête d’une liste qui n’a pas de numéro régional ne peut pas engager de dépenses de caractère national (art. L4131‑6, 5o). (Cela ressemble fort à une interdiction des partis non représentés au parlement. Un petit parti ne pourrait imputer à aucune liste des dépenses de propagande électorale de portée nationale pour les élections locales. Faut-il comprendre qu’un petit parti n’est pas tenu de déclarer ses dépenses électorales régionales dans le cadre d’élections locales ?) Een lijstaanvoerder van een lijst zonder nationaal lijstnummer mag geen uitgaven verrichten voor verkiezingspropaganda op nationaal vlak (wet van 7-7-1994, art. 12, § 1, 5o). (Dit lijkt me een verbod tegen partijen in geen parlement vertegenwoordigd. Een kleine partij zou op geen lijst uitgaven mogen aangeven van verkiezingspropaganda op nationaal vlak voor lokale verkiezingen. Wilt dat zeggen dat zo een partij bij gemeenteraadsverkiezingen niet verplicht is zijn algemene, niet gemeentelijke, verkiezingsuitgaven aan te geven ?) Un candidat à la tête d’une liste qui n’a pas de numéro national ne peut pas engager de dépenses de caractère national (loi du 7-7-1994, art. 12, § 1er, 5o). (Cela ressemble fort à une interdiction des partis non représentés au parlement. Un petit parti ne pourrait imputer à aucune liste des dépenses de propagande électorale de portée nationale pour les élections locales. Faut-il comprendre qu’un petit parti n’est pas tenu de déclarer, lors d’élections communales, ses dépenses électorales générales, non communales ?) Een lijst die niet beschikt over een gemeenschappelijk volgnummer mag geen uitgaven verrichten voor verkiezingspropaganda op gewestelijk vlak (art. 199, § 6). (Dit lijkt me een verbod tegen partijen niet of te weinig in het Vlaams parlement vertegenwoordigd. Een kleine partij zou op geen lijst uitgaven mogen aangeven van verkiezingspropaganda op nationaal vlak voor lokale verkiezingen. Wilt dat zeggen dat zo een partij bij lokale verkiezingen niet verplicht is zijn algemene, niet gemeentelijke of provinciale, verkiezingsuitgaven aan te geven ?)
Moyens de propagande interdits :
  1. vendre ou distribuer des cadeaux et des gadgets;
  2. organiser des campagnes commerciales par téléphone;
  3. diffuser des spots publicitaires à la radio, à la télévision et dans les salles de cinéma;
  4. utiliser des panneaux ou affiches à caractère commercial;
  5. utiliser des panneaux ou affiches à caractère non commercial de plus de 4 m².
(loi du 7-7-1994, art. 7.) (Dans CLCD, 4e partie, livre Ier, titre III, nouveau chapitre 1er, l’article L4130-4 reprend les disposition ci-dessus de l’article 7 de la loi de 1994, mais je ne trouve pas d’indication que pour la Wallonie cet article 7 serait abrogé — ou, comme pour la Flandre, toute la loi de 1994. Le Conseil d’État avait souligné que ce nouvel article wallon ne fait donc que paraphraser l’article de loi existant.)
Loi du 7-7-1994, art. 7 comme ici à gauche en Wallonie.
 
Verboden propagandamiddelen :
  1. geschenken of gadgets hetzij verkopen, hetzij verspreiden ;
  2. commerciële telefooncampagnes voeren ;
  3. reclamespots op radio, televisie en in bioscopen uitzenden ;
  4. gebruik maken van commerciële reclameborden of affiches ;
  5. gebruik maken van niet commerciële reclameborden of affiches groter dan 4 m².
(wet van 7-7-1994, art. 7.)
Verboden of gereglementeerde propagandamiddelen:
  1. geschenken of gadgets verkopen of verspreiden;
  2. commerciële telefooncampagnes voeren;
  3. gebruik maken van commerciële reclameborden of affiches;
  4. gebruik maken van niet commerciële reclameborden of affiches die groter zijn dan 4 m²;
  5. gebruik maken van commerciële reclamespots op radio, televisie en in bioscopen.
(Art. 194.)
Affichage « sauvage » : Interdit d’apposer des inscriptions, des affiches, des reproductions picturales et photographiques, des tracts et des papillons à usage électoral sur la voie publique et sur les arbres, plantations, panneaux, pignons, façades, murs, clôtures, supports, poteaux, bornes, ouvrages d’art, monuments et autres objets qui la bordent ou qui sont situés à proximité immédiate de la voie publique à des endroits autres que ceux déterminés pour les affichages par les autorités communales ou autorisés, au préalable et par écrit, par le propriétaire, ou par celui qui en a la jouissance pour autant que le propriétaire ait également marqué son accord préalable et écrit. (CLCD, 4e partie, livre Ier, titre III, nouveau chapitre 1er, art. L4130-2, § 1er.)
Trois mois avant l’élection 1 (loi du 7-7-1994, art. 6, § 1er et art. 7.) (14 juillet 2018). Rappelé aussi par le CLCD : Période électorale : depuis la convocation de l’élection (art. L4112‑11) à savoir depuis le jour J − 92 2 (art. L4124‑1, § 2) et le CLCD le répète encore : l’article L4130-4 dit trois mois ce qui revient au même. Drie maanden voor de verkiezing 3 (wet van 7-7-1994, art. 6, § 1 en art. 7.) (14 juli 2018). Trois mois avant l’élection [1] (loi du 7-7-1994, art. 6, § 1er et art. 7.) (14 juillet 2018). Sperperiode van 1 juli tot en met de dag van de verkiezingen [3] (art. 2, 5o).
Certaines choses « ordinaires » ne comptent pas comme dépense (loi du 7-7-1994, art. 6, § 2, ce sur quoi l’art. L4112‑12 se base) :
 
 
 
  1. services personnels non rémunérés (y compris véhicule personnel) ;
  2. articles de fond (non rétribués) dans un quotidien ou un périodique existant (fréquence et diffusions habituelles) ;
  3. avis ou commentaires (non rétribués) à la radio ou à la télévision dans des émissions comme avant la période électorale ;
  4. émission électorale avec des représentants des partis politiques ;
  5. émissions électorales dont le nombre et la durée sont en fonction du nombre de députés des partis ;
  6. manifestations périodiques
    • non purement électorales ;
       
    • dépenses et régularité ordinaires (voir base de comparaison dans la loi) ; les coûts de publicité et d’invitation dépassant l’ordinaire doivent cependant être déclarés ;
  7. manifestations non périodiques électorales avec participation aux frais, pour la partie couverte par les recettes autres que de sponsoring ; les coûts de publicité et d’invitations doivent cependant être déclarés ;
  8. fonctionnement normal du parti (dont congrès et réunions… ; les coûts de publicité et d’invitation dépassant l’ordinaire doivent cependant être déclarés) ;
  9. création d’applications de l’Internet si c’est comme en dehors de la période électorale.
Certaines choses « ordinaires » ne comptent pas comme dépense (loi du 7-7-1994, art. 6, § 2, donc comme à gauche, Wallonie).
 
Bepaalde “gewone” uitgaven tellen niet (wet van 7-7-1994, art. 6, § 2).
  1. persoonlijke, niet-bezoldigde diensten, persoonlijk voertuig inbegrepen ;
  2. redactionele artikelen (zonder betaling) in een bestaande dagblad of tijdschrift (gewone verspreiding en frequentie) ;
  3. berichten of commentaren (zonder betaling) op radio of televisie in uitzendingen als buiten de sperperiode ;
  4. verkiezingsprogramma op radio of televisie met vertegenwoordigers van de politieke partijen ;
  5. verkiezingsprogramma op radio of televisie met aantal en duur volgens het aantal parlementariërs van de partijen ;
  6. periodieke manifestaties
    • niet uitsluitend voor verkiezingsdoeleinden ;
    • gewone kost en frequentie (zie de wet voor de referentieperiode) ; buitengewone reclame- en uitnodigingskosten moeten wel aangegeven worden ;
  7. niet-periodieke verkiezingsmanifestaties met deelnameprijs voor de deel gedekt inkomsten (met uitzondering van sponsoring) ; reclame- en uitnodigingskosten moeten wel aangegeven worden ;
  8. normale partijwerking (ook congressen en partijbijeenkomsten…  ; buitengewone reclame- en uitnodigingskosten moeten wel aangegeven worden) ;
  9. aanmaak van internettoepassingen als buiten de sperperiode.
Bepaalde “gewone” dingen tellen niet als uitgave : art. 193, § 3.
 
 
 
 
  1. persoonlijke, niet-bezoldigde diensten, persoonlijk voertuig inbegrepen ;
  2. redactionele artikelen (zonder betaling) in een bestaande dagblad of tijdschrift (gewone verspreiding en frequentie) ;
  3. berichten of commentaren (zonder betaling) op radio of televisie in uitzendingen als buiten de sperperiode ;
  4. verkiezingsprogramma op radio of televisie met vertegenwoordigers van de politieke partijen ;
     
     
     
  5. periodieke manifestaties
    1. niet uitsluitend voor verkiezingsdoeleinden ;
    2. gewone kost en frequentie (zie het decreet voor de referentieperiode) ; buitengewone reclame- en uitnodigingskosten moeten wel aangegeven worden ;
  6. niet-periodieke verkiezingsmanifestaties met deelnameprijs voor de deel gedekt inkomsten (met uitzondering van sponsoring) ; reclame- en uitnodigingskosten moeten wel aangegeven worden ;
  7. normale partijwerking (ook congressen en partijbijeenkomsten…  ; buitengewone reclame- en uitnodigingskosten moeten wel aangegeven worden) ;
  8. aanmaak van internettoepassingen als buiten de sperperiode.
Quelles dépenses il faut déclarer : l’art. L4112‑12 renvoie à la loi du 7-7-1994 : messages verbaux, écrits, sonores et visuels de campagne électorale en période électorale (loi du 7-7-1994, art. 6, § 1er) y compris de tiers (§ 1bis). Welke uitgaven moeten vermeld worden: mondelinge, schriftelijke, auditieve en visuele boodschappen van verkiezingscampagne tijdens de sperperiode (wet van 7-7-1994, art. 6, § 1) ook van derden (§ 1bis). Quelles dépenses il faut déclarer : messages verbaux, écrits, sonores et visuels de campagne électorale en période électorale (loi du 7-7-1994, art. 6, § 1er) y compris de tiers (§ 1bis). Welke uitgaven moeten vermeld worden: mondelinge, schriftelijke, auditieve en visuele boodschappen van verkiezingscampagne tijdens de sperperiode (art. 193, § 1) ook van derden (§ 2).
Montants maximum : loi du 7-7-1994, art. 2 et art. 3, publiés au plus tard le jour J − 40. Maximumbedragen : wet van 7-7-1994, art. 2 en art. 3, uiterlijk op dag D − 40 gepubliceerd. Montants maximum: loi du 7-7-1994, art. 2 et art. 3, publiés au plus tard le jour J − 40. Maximumbedragen: art. 190 en art. 191. De maximum bedragen worden door de Vlaamse regering uiterlijk op dag D − 40 gepubliceerd (art. 192).
Notes
1.
Depuis la convocation de l’élection en cas d’élections extraordinaires.
2.
Depuis la convocation de l’élection en cas d’élections extraordinaires (art. L4124‑1, § 1er, 2e alinéa).
3.
Vanaf de oproeping van de verkiezing in geval van buitengewone verkiezingen.
Dominique Meeùs. Date: 2012 à 2017